X ontvangt in 2018 van zijn vader een schenking van € 25.731 en doet een beroep op de eenmalig verhoogde vrijstelling. De schenkingsovereenkomst bevat geen herroepingsclausule. In 2021 ontvangt X opnieuw een schenking van zijn vader van € 75.000 en claimt de eigenwoningvrijstelling. De inspecteur weigert deze vrijstelling omdat X in 2018 reeds de eenmalig verhoogde vrijstelling benut. X stelt dat de schenking uit 2018 is herroepen, maar verklaart ter zitting dat dit pas in 2023 plaatsvindt.
In geschil is of de in 2018 toegepaste eenmalig verhoogde vrijstelling de toepassing van de eigenwoningvrijstelling voor de schenking in 2021 blokkeert.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X geen recht heeft op de eigenwoningvrijstelling voor een schenking in 2021, omdat hij in 2018 reeds de eenmalig verhoogde vrijstelling benut en deze niet tijdig herroept. De schenkingsovereenkomst uit 2018 bevat geen herroepingsclausule en dus is er geen sprake van een herroepelijke schenking. Zelfs als dat anders zou zijn, maakt X niet aannemelijk dat de schenking ten tijde van het belastbare feit in 2021 rechtsgeldig is herroepen, nu de herroeping pas in 2023 plaatsvindt. De eerder benutte eenmalig verhoogde vrijstelling staat daarom in de weg aan toepassing van de eigenwoningvrijstelling in 2021. Een beroep op goedkeurend beleid of het vertrouwensbeginsel slaagt evenmin. X' beroep is ongegrond.
Wetingang:
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Schenk- en erfbelasting
Editie: 2 juli
Informatiesoort: VN Vandaag