Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat gewetensbezwaren tegen de aanwending van belastinggelden voor militaire doeleinden geen grond vormen voor vermindering van aanslagen schenk- en erfbelasting.

X ontvangt op 18 november 2021 een schenking van € 128.750 van haar moeder. De moeder overlijdt in 2021. X en haar zus zijn ieder voor de helft erfgenaam. De inspecteur legt aan X een aanslag schenkbelasting op ter zake van de schenking en een aanslag erfbelasting op ter zake van een verkrijging van € 206.009. Beide aanslagen zijn conform de ingediende aangiften. X maakt bezwaar op grond van haar gewetensbezwaren tegen de aanwending van belastinggelden voor militaire doeleinden. De inspecteur verklaart de bezwaren ongegrond. In geschil is of de inspecteur de aanslagen schenk- en erfbelasting moet verminderen vanwege gewetensbezwaren van X tegen de aanwending van belastinggelden voor militaire doeleinden.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst uit art. 9 EVRM, art. 18 IVBPR en art. 18 van de Universele Verklaring niet de vrijheid omvat om op grond van gewetensbezwaren te weigeren belasting te betalen. De verplichting om belasting te betalen is algemeen. Een belastingplichtige kan de voldoening daaraan niet afhankelijk stellen van het doel waarvoor de overheid de belasting aanwendt. X' beroepen zijn ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden artikel 9

Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten artikel 18

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Belastingrecht algemeen, Schenk- en erfbelasting

Editie: 30 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

4

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen