Hof ’s Hertogenbosch oordeelt dat de door X ontvangen uitkeringen op grond van zijn arbeidsongeschiktheidsverzekering kwalificeren als belastbare periodieke uitkeringen. Het hof past daarnaast de vrijstelling van de premies Wlz toe voor 2019, 2020 en 2021.

X werkt als vloerenlegger en sluit bij een verzekeraar een verzekering af die voorziet in periodieke uitkeringen bij beroepsarbeidsongeschiktheid. De polisvoorwaarden bepalen dat uitkeringen plaatsvinden bij ten minste 25 procent arbeidsongeschiktheid in directe relatie tot ziekte of ongeval. Een arbeidsdeskundige verklaart X volledig ongeschikt voor zijn beroepswerkzaamheden. X ontvangt vanaf 2011 uitkeringen waarop loonbelasting wordt ingehouden. De inspecteur legt aanslagen IB/PVV op voor 2018 tot en met 2021. X verzoekt om vrijstelling van premies Wlz. In geschil is of de verzekeringsuitkeringen kwalificeren als belastbare periodieke uitkeringen ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval.

Hof ’s‑Hertogenbosch oordeelt dat de verzekering uitkeringen verstrekt wegens arbeidsongeschiktheid die direct voortvloeit uit ziekte of ongeval, zodat de bedragen vallen onder art. 3.100 lid 1 letter b Wet IB 2001. Het hof verwerpt het betoog dat de uitkeringen slechts verband houden met gemist arbeidsvermogen. De verwijzing naar de vroegere WAZ wijzigt dit niet. Voor 2019, 2020 en 2021 past het hof de vrijstelling van premies Wlz toe omdat partijen hierover overeenstemming hebben en de berekeningen juist zijn. Hiermee verklaart het hof het hoger beroep gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.100

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 3 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

24

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen