De rechtbank oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat de aftrekbeperking lager moet zijn dan het eerder overeengekomen percentage.

X en zijn echtgenote zijn zorgondernemers en wonen (contractueel verplicht) in een Thomashuis. In de aangifte IB/PVV 2018 wil X twee derde van de huurlast aftrekken van de belastbare winst. In geschil is of de aftrekbeperking van huurkosten als bedoeld in art. 3.16 Wet IB op X van toepassing is.

De rechtbank overweegt dat, in tegenstelling tot de beweringen van X, de aftrekbeperking van art. 3.16 van toepassing is. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt niet dat zorgondernemers een uitzondering vormen. Voorts gaat de rechtbank in op de hoogte van de aftrekbeperking. De rechtbank is van mening dat X niet aannemelijk maakt dat de aftrekbeperking lager moet zijn dan de inspecteur stelt. X heeft zijn standpunt tevens ook niet geconcretiseerd of onderbouwd met stukken die een andere verdeling aannemelijk maken. Het beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.16

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Inkomstenbelasting

Instantie: Rechtbank Den Haag

Editie: 17 november

3

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen