De heer X is houder van een Range Rover. Op 25 juli 2010 wordt deze auto staande gehouden door de politie. De auto trekt op dat moment een aanhangwagen met boot. X is tevens houder van de aanhangwagen. X verklaart ook eigenaar te zijn van de boot en vanuit Cannes op weg naar huis te zijn. X heeft op dat moment een volledige ontzegging van de rijbevoegdheid en zit als bijrijder in de auto. In geschil is de BPM-naheffingsaanslag van € 7.198, alsmede de vergrijpboete van 100%. Rechtbank Haarlem stelt de inspecteur in het gelijk. Hof Amsterdam oordeelt dat de auto bij de eerste controle namens X werd bestuurd en dat X dus op dat moment de feitelijke beschikkingsmacht had over de auto. Door de auto te voorzien van valse kentekenplaten is met listigheid en valsheid geprobeerd te bereiken dat geen BPM zou worden betaald. De boete van 100% is daarom passend en geboden. X gaat in cassatie. De Hoge Raad oordeelt dat de eisen van een goede rechtspleging meebrengen dat de rechter die een gemotiveerd aanhoudingsverzoek afwijst, die beslissing in zijn uitspraak met redenen omkleedt. De gemachtigde van X had ter zitting van het hof om aanhouding verzocht omdat hij pas sinds kort op de hoogte was van deze zaak en de stukken nog niet kende. Het hof heeft de afwijzing van het verzoek dus ten onrechte niet gemotiveerd. Het beroep van X is gegrond. Volgt verwijzing naar Hof Den Haag.
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen
Zowel in aantal als balansomvang flinke daling van belastingontwijkingsvehikels
Het aantal financiële holdings van multinationals is tussen 2017 en 2025 gedaald van ruim 14 duizend organisaties naar nog geen 8 duizend in 2025. Dat meldt De Nederlandsche Bank op haar website.
Kennisgroepstandpunt: Liechtensteinse AG is vergelijkbaar met Nederlandse NV of BV
De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen stelt dat een naar het recht van Liechtenstein opgerichte Aktiengesellschaft (AG) naar aard en inrichting vergelijkbaar is met een Nederlandse NV of BV.
Kennisgroep: Curaçaose BV is vergelijkbaar met Nederlandse NV of BV
Een Curaçaose BV is voor de toepassing van de Wet VPB 1969, de Wet IB 2001, de Wet DB 1965 en de Wet BB 2021 vergelijkbaar met een Nederlandse NV of BV. Dit staat in een standpunt van de Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen.
Uitvoeringsvoorschriften bronbelasting op interest en royalty’s
De Staatssecretaris van Financiën heeft de Uitvoeringsvoorschriften bronbelasting op interest en royalty’s gepubliceerd. Dit besluit bevat de universele Nederlandse uitvoeringsvoorschriften van het interestartikel en het royaltyartikel in belastingverdragen voor de heffing van de bronbelasting op interest en royalty’s op grond van de Wet bronbelasting 2021. Het is een actualisering van het besluit van 7 december 2021, nr. 2021-21220, V-N 2022/3.10.
FASTER-richtlijn aangenomen door de Raad van de EU
Op 10 december 2024 heeft de Raad van de EU de FASTER-richtlijn (V-N 2023/31.10) aangenomen. De volgende stap is dat de tekst in het Publicatieblad van de EU wordt bekendgemaakt. De lidstaten moeten de richtlijn uiterlijk op 31 december 2028 in nationale wetgeving omzetten. De voorschriften zijn vanaf 1 januari 2030 van toepassing.