Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur de winst uit onderneming terecht corrigeert naar loon uit dienstbetrekking. Belanghebbende kon geen vertrouwen ontlenen aan haar VAR-wuo doordat ze meerdere vragen onjuist heeft beantwoord in haar aanvraag. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

Belanghebbende verleent zorg en heeft hiervoor een overeenkomst met BV B. BV B sluit de overeenkomsten met de zorgkantoren dan wel zorgvragers. Voor de jaren 2008 tot en met 2011 heeft belanghebbende een VAR-wuo. In 2012 is de VAR-wuo automatisch verleend op de door belanghebbende ingevulde aanvraag. Bij controle van de aangifte IB/PVV 2012 zijn de inkomsten alsnog aangemerkt als loon uit dienstbetrekking. Uiteindelijk gaat de inspecteur in hoger beroep. Partijen zijn het erover eens dat een juiste wetstoepassing leidt tot beoordeling als loon uit dienstbetrekking. Belanghebbende stelt dat sprake is van winst uit onderneming op grond van het vertrouwensbeginsel dan wel het gelijkheidsbeginsel.

Hof Arnhem-Leeuwarden (V-N 2019/51.1.2) oordeelt dat de inspecteur de inkomsten terecht als loon uit dienstbetrekking heeft aangemerkt. De inspecteur stelt in de brief omtrent de VAR-wuo van 2008 tot en met 2011 dat hieraan in 2012 geen vertrouwen kan worden ontleend. Ook aan de automatische toekenning op grond van de aanvraag kan geen vertrouwen worden ontleend, nu belanghebbende meerdere vragen onjuist heeft beantwoord. Een beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet doordat geen sprake is van een meerderheid van gevallen waarin een juiste wetstoepassing achterwege is gebleven. Het hoger beroep is gegrond.

De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.157

Wet inkomstenbelasting 2001 3.156

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Inkomstenbelasting

Instantie: Hoge Raad

Editie: 19 mei

4

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen