Rechtbank Den Haag oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is dat X ondernemer is en sprake is van een voorgenomen belaste handeling.

X koopt een stuk grond van indirect aandeelhouder A en verkoopt de grond eind 2015 aan particulieren. In de aangiftes 2016 en 2017 geeft X geen omzet aan en trekt uitsluitend voorbelasting af. De inspecteur stelt dat X geen belaste activiteiten meer verricht. A stelt dat X een opdracht uitvoert inzake het voor woningbouw bestemmen van het akkerland van A. Verder stelt A dat X verbonden is met een vof van A door het beschikbaar stellen van geld middels een rekening-courant lening. In geschil is of X in 2016 en 2017 ondernemer is voor de omzetbelasting.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat X geen ondernemer is. A maakt niet aannemelijk dat X diensten verleent aan A, noch dat hier een vergoeding voor is bedongen. Ook maakt A niet aannemelijk dat X deel uit maakt van de vof en op die wijze een economische activiteit verricht, of dat de afgetrokken voorbelasting ziet op een voorgenomen belaste handeling. Het beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de omzetbelasting 1968 1

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Omzetbelasting

Instantie: Rechtbank Den Haag

Editie: 23 september

5

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen