Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X geen beroep kan doen op het vertrouwensbeginsel voor de aftrek van studiekosten in 2022. De rechtbank oordeelt ook dat de inspecteur het hoorrecht niet heeft geschonden.

X start in 2021 met een driejarige studie bij een opleidingsinstituut waarvoor zij in totaal € 21.786 betaalt. Zij voldoet de kosten in drie termijnen in 2021, 2022 en 2023. X voert in haar aangifte IB/PVV 2022 een restant persoonsgebonden aftrek van € 7190 op. De inspecteur accepteert deze aftrek niet en handhaaft de aanslag. X stelt dat de Belastingtelefoon haar heeft geïnformeerd dat aftrek in 2022 mogelijk is. Tijdens de bezwaarfase stuurt de inspecteur een vooraankondiging met de uitnodiging voor een hoorgesprek. X reageert niet omdat zij stelt deze brief niet te hebben ontvangen. Zij wordt later alsnog gehoord. In geschil is of bij X het vertrouwen is gewekt dat aftrek als restant persoonsgebonden aftrek mogelijk is en of de inspecteur X in bezwaar had moeten horen.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X niet aannemelijk maakt welke informatie zij aan de Belastingtelefoon heeft verstrekt en welke concrete toezegging zij heeft ontvangen. De inspecteur is daarbij in de regel niet gebonden aan een onjuiste of onvolledige voorlichting door de Belastingtelefoon. De rechtbank oordeelt dat in dit geval geen sprake is van een uitzondering op deze regel. De rechtbank oordeelt verder dat de inspecteur het hoorrecht niet heeft geschonden omdat de uitnodiging voor het hoorgesprek naar het juiste adres is verzonden en X niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij deze niet heeft ontvangen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.27

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 16 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

8

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen