De Italiaanse fiscus legt een aanslag op aan Isolanti Group Srl in verband met ten onrechte afgetrokken BTW. Isolanti stelt daarop beroep in tot nietigverklaring van de aanslag. Nadat dit beroep wordt toegewezen, en de Belastingdienst in hoger beroep gaat, komen Isolanti en de Belastingdienst buitengerechtelijk tot een overeenkomst. De Italiaanse rechter onderzoekt de zaak vervolgens en vraagt zich af of de Italiaanse regeling waarop de overeenkomst berust in strijd is met het EU-recht. Op grond van deze regeling kunnen belastingplichtigen die onregelmatigheden hebben begaan namelijk bewerkstelligen dat de belastingvordering op voor hen gunstige wijze tenietgaat. Dit leidt tot besparingen van 10% tot 95% van hun belastingschuld, naargelang de instantie en de stand van het geding. Ook kunnen zij onder voorwaarden worden vrijgesteld van betaling van rente en sancties. De Italiaanse rechter stelt daarom prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie.
Advocaat-generaal Spielmann concludeert dat de Italiaanse regeling op grond waarvan belastingplichtigen die onregelmatigheden hebben begaan kunnen bewerkstelligen dat de belastingvordering op voor hen gunstige wijze tenietgaat, in strijd is met het EU-recht. De A-G merkt daarbij onder andere op dat de door Italië genoemde rechtvaardigingsgronden niet overtuigen.
Wetingang:
Verdrag betreffende de Europese Unie artikel 4
Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie
Rubriek: Europees belastingrecht
Editie: 16 juni
Informatiesoort: VN Vandaag