X is het niet eens met de aanslag forensenbelasting die de gemeente Goedereede haar heeft opgelegd. Zij beroept zich onder meer op art. 1 van de Grondwet. Rechtbank 's-Gravenhage oordeelt dat de heffing van forensenbelasting niet in strijd is met het verbod op discriminatie, het communautaire evenredigheidsbeginsel of het in art. 21 VWEU gewaarborgde recht om vrij binnen het grondgebied van een lidstaat te reizen en te verblijven. Ook is er geen sprake van inbreuk op het vrije verkeer van diensten nu er geen sprake is van een grensoverschrijdende situatie. Van ongeoorloofde staatssteun is evenmin sprake. Zo er al sprake is van een extra belasting van niet-ingezetenen van de gemeente, dan is die belasting niet onrechtmatig. Ook is niet gebleken dat de gemeente actief beleid voert om het personen die in de gemeente (nog) geen hoofdverblijf hebben te bemoeilijken om in de gemeente hoofdverblijf te gaan hebben. Op grond van het voorgaande is het beroep van X ongegrond.
Hof 's-Gravenhage (MK II, 29 juni 2012, BK-11/00454, V-N Vandaag 2012/2046) oordeelt dat de rechtbank terecht en op goede gronden heeft beslist dat met het opleggen van de aanslag geen regel van nationaal, communautair of internationaal recht is geschonden. X heeft in beroep en hoger beroep niets aangevoerd op grond waarvan over de rechtsgeldigheid van de aanslag een andere conclusie is te trekken. Het hof verklaart het hoger beroep van X ongegrond. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).
Wetsartikelen:
Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten 26
Informatiesoort: VN Vandaag
Rubriek: Bronbelasting, Belastingen van lagere overheden
Instantie: Hoge Raad
Editie: 11 maart