De Belastingdienst heeft over 2022 bij 78.600 mensen een ambtshalve aanslag inkomstenbelasting opgelegd. Tot het peilmoment (april 2026) hebben 13.800 mensen alsnog aangifte IB 2022 gedaan. Bij ongeveer 87% van deze mensen is het belastingbedrag daarna afgenomen. De inspectie vindt het belangrijk dat de Belastingdienst bij een ambtshalve aanslag een redelijke schatting maakt die aansluit bij het werkelijke inkomen van mensen. Het kan voor burgers moeilijk zijn om een te hoge schatting van het inkomen te weerleggen. Daarnaast kan een te hoge schatting doorwerken in inkomensafhankelijke regelingen zoals toeslagen, zorgbijdragen en studiefinanciering. Hierdoor kunnen burgers minder ondersteuning ontvangen of hogere lasten krijgen.
De inspectie roept op tot beter toezicht op het aantal ambtshalve aanslagen IB en op de kwaliteit van schattingen van het inkomen. Ook vraagt het IBTD om meer transparantie naar instanties die gebruikmaken van de basisregistratie inkomen (BRI). Maak voor deze instanties zichtbaar wanneer sprake is van een geschat inkomen.
De IBTD vraagt verder aandacht voor de voortgang van de realisatie van toezeggingen van de Staatssecretaris op het rapport Vroegsignalering uit 2024. Zo is een aangekondigde wetswijziging om bij iedereen een aangifte vast te stellen, opnieuw uitgesteld.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 9.1
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 9.4
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 11
[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Belastingrecht algemeen, Inkomstenbelasting
Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën
Editie: 18 juni
Informatiesoort: VN Vandaag