Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X kwalificeert als ingekomen werknemer. Volgens de rechtbank gaat de inspecteur namelijk uit van een te enge definitie van het begrip stage. De 30%-regeling is dan van toepassing.

X werkt van september 2021 tot maart 2023 bij Y BV in het kader van het door de Franse overheid gefinancierde VIE-programma. Voorafgaand aan haar deelname woonde X in Frankrijk. X en Y BV sluiten een arbeidsovereenkomst die per april 2023 ingaat en verzoeken om toepassing van de 30%-regeling. De inspecteur wijst het verzoek af en stelt dat X lokaal is aangeworven en dat de werkzaamheden in het kader van het VIE-programma geen stage vormen. Volgens de inspecteur is daarbij van belang dat de deelname aan het VIE-programma plaatsvond na haar opleiding Human Resources Management, en dus niet in het kader van haar opleiding.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X kwalificeert als ingekomen werknemer. Volgens de rechtbank gaat de inspecteur namelijk uit van een te enge definitie van het begrip stage. De 30%-regeling is dan van toepassing. De rechtbank wijst daarbij de uitleg af die de inspecteur geeft aan het arrest van de Hoge Raad van 24 oktober 2008 (07/12637, ECLI:NL:HR:2008:BD3167, V-N 2008/52.19). Ook merkt de rechtbank nog op dat bij een stage geen sprake hoeft te zijn van een opleiding aan een erkende onderwijsinstelling.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 artikel 10E

Wet op de loonbelasting 1964 artikel 31A

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Loonbelasting

Editie: 18 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

147

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen