X is vanaf 2019 ingeschreven in de Nederlandse basisadministratie en vertrekt daarna vanaf 6 maart 2023 naar Italië om een opdracht uit te voeren voor zijn toenmalige werkgever.Daarna gaat hij werken in Roemenië. Op 17 juni 2024 treedt X in dienst bij zijn eerste Nederlandse werkgever. X en zijn Nederlandse werkgever dienen gezamenlijk een verzoek in voor toepassing van de 30%-regeling. In beroep is in geschil of X kwalificeert als ingekomen werknemer voor de toepassing van de 30%-regeling.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X geen ingekomen werknemer is. Er wordt niet voldaan aan het 150-kilometercriterium, omdat X in de periode van 24 maanden voorafgaand van de tewerkstelling niet zestien maanden woonachtig is geweest op een afstand van meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens. X heeft, zelfs indien hij vanaf 6 maart 2023 tot 16 juni 2024 volledig in het buitenland heeft verbleven, slechts vijftien maanden en elf dagen buiten Nederland gewoond. X kwalificeert daarom niet als ingekomen werknemer. X heeft daarom geen recht op toepassing van de 30%-regeling. X' beroep is ongegrond.
Wetingang:
Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 artikel 10E
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 31A
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Loonbelasting
Editie: 18 juni
Informatiesoort: VN Vandaag