Cryptovaluta waar een belastingplichtige geen toegang meer toe heeft, blijven in het bezit van de belastingplichtige en kwalificeren als een box 3-bezitting. Dat staat in een standpunt van de Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst.

Als een belastingplichtige aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen toegang meer heeft tot zijn cryptovaluta – bijvoorbeeld door het kwijtraken van de private key – wordt de waarde van de cryptovaluta gesteld op de prijs die de meest gegadigde marktpartij bereid is ervoor te betalen. De waarde wordt naar objectieve maatstaven bepaald. Wanneer geen partij bereid is om de cryptovaluta voor een prijs over te nemen, kan de waarde van de niet-toegankelijke cryptovaluta worden gesteld op nihil.

Als de belastingplichtige in latere jaren weer toegang heeft tot zijn cryptovaluta, heeft dit in beginsel geen effect op de waarde van de cryptovaluta op een voorgaande peildatum. Dit kan anders zijn als achteraf blijkt dat een belastingplichtige op die peildatum wel toegang had of kon krijgen tot de cryptovaluta of een derde destijds bereid zou zijn om (meer) voor de cryptovaluta te betalen.

De belastingplichtige kan gebruikmaken van de tegenbewijsregeling. In het jaar waarin de belastingplichtige geen toegang meer heeft tot de cryptovaluta leidt dat tot een negatieve vermogensaanwas. In het jaar waarin weer toegang wordt gekregen tot de cryptovaluta, is in beginsel sprake van een positieve vermogensaanwas.

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 5.3

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 5.26

[Nieuwsbron]

Rubriek: Inkomstenbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 11 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

Focus: Focus

1062

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen