Bij indirect gehouden tracking stocks wordt voor de toerekening van ondernemingsvermogen in het kader van de doorschuifregeling AB en de BOR niet gekeken naar statutaire gerechtigdheid, maar naar de WEV van de aandelen. Dit volgt uit een standpunt van de Kennisgroep aanmerkelijk belang en de Kennisgroep successiewet.

In de casus houden twee holdings verschillende soorten aandelen in een werkmaatschappij, waarbij de statuten bepalen dat de ene aandelen alleen zien op het ondernemingsvermogen en de andere alleen op het beleggingsvermogen. De aandeelhouder van de holding van de eerste soort aandelen wil deze schenken met toepassing van de doorschuifregeling van art. 4.17a juncto art. 4.17c Wet IB 2001 en de BOR. Het gaat om een indirect aanmerkelijk belang via indirect gehouden tracking stocks. De vraag is of bij de toerekening van het ondernemingsvermogen wordt aangesloten bij deze statutaire gerechtigdheid. Het antwoord is nee. De toerekening vindt plaats op basis van de waarde in het economisch verkeer van de soortaandelen. Dat betekent dat zowel ondernemingsvermogen als beleggingsvermogen naar rato van de waarde van de aandelen worden toegerekend.

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 4.17A

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 4.17C

Successiewet 1956 artikel 35C

[Nieuwsbron]

Rubriek: Schenk- en erfbelasting, Inkomstenbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 11 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

295

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen