Gedurende de voorperiode van een BV is de gebruikelijkloonregeling niet van toepassing. De regeling is pas van toepassing na de daadwerkelijke notariële oprichting van de BV. Dit standpunt is ingenomen door de Kennisgroep loonheffing algemeen.

Gedurende de voorperiode van een BV is de gebruikelijkloonregeling niet van toepassing. De regeling is pas van toepassing na de daadwerkelijke notariële oprichting van de BV. Dit standpunt is ingenomen door de Kennisgroep loonheffing algemeen.

Voor toepassing van de gebruikelijkloonregeling dient sprake te zijn van een werknemer. In de voorperiode bestaat de BV juridisch nog niet. Daarom kan geen sprake zijn van een (fictieve) dienstbetrekking, aldus de kennisgroep. Bij de inwerkingtreding van de gebruikelijkloonregeling heeft de wetgever bovendien bevestigd dat het fictieve salaris niet van toepassing is in de periode dat de BV nog in oprichting is. Overeenkomstig bestaande jurisprudentie geniet de toekomstige aandeelhouder in die periode andere inkomsten uit arbeid.

Uit het Besluit ROW van 15 januari 2026, nr. 2026-436, V-N 2026/10.3, blijkt dat de belastingplichtige/oprichter in de voorperiode van de BV wordt aangemerkt als aanmerkelijkbelanghouder. Dit standpunt heeft echter uitsluitend betrekking op situaties waarin sprake is van een terbeschikkingstelling van vermogensbestanddelen. Dit betekent niet dat de gebruikelijkloonregeling ook van toepassing is in de voorperiode van de BV.

Wetingang:

Wet op de loonbelasting 1964 artikel 12A

[Nieuwsbron]

Rubriek: Loonbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 11 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

528

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen