Rechtbank Den Haag oordeelt dat de leges voor de verhuurvergunning onredelijk en onevenredig zijn met de kosten van de aanvraagprocedure en die kosten overschrijden. De aanslag wordt daarom vernietigd wegens strijd met art. 13 lid 2 Dienstenrichtlijn.

Belanghebbende, X, verhuurt een woning in Leiden en moet daarvoor een verhuurvergunning aanvragen. De aanvraag bestaat uit een digitaal formulier met drie bijlagen: een MJOP, een plattegrond en een huurovereenkomst. De gemeente Leiden brengt daarvoor een vast bedrag van € 938,50 aan leges in rekening. Volgens X zijn deze kosten disproportioneel, omdat nauwelijks inhoudelijke controle heeft plaatsgevonden. Er zijn geen aanvullende vragen gesteld en er heeft geen locatiebezoek plaatsgevonden.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de leges voor de verhuurvergunning onredelijk en onevenredig zijn met de kosten van de aanvraagprocedure en die kosten overschrijden. De aanslag wordt daarom vernietigd wegens strijd met art. 13 lid 2 Dienstenrichtlijn. De rechtbank stelt vast dat deze richtlijn rechtstreeks van toepassing is op de vergunningprocedure. Leges mogen een forfaitair karakter hebben, maar moeten een redelijke weergave vormen van de werkelijke kosten en daarvan per individueel geval weinig afwijken. De gemeente onderbouwt het tarief met een geschatte behandelduur van tien uur per aanvraag, maar dat acht de rechtbank niet aannemelijk. De feitelijke werkzaamheden zijn beperkt en bovendien heeft de gemeente binnen acht weken circa 800 aanvragen afgehandeld met slechts enkele medewerkers. Dat strookt niet met tien uur werk per aanvraag. Verder geldt hetzelfde vaste bedrag voor eenvoudige aanvragen voor één woning en complexe aanvragen voor meerdere woningen. Daardoor wijken de leges te sterk af van de werkelijke kosten per individueel geval.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Gemeentewet artikel 229

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Belastingen van lagere overheden

Editie: 18 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

11

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen