Advocaat-generaal Koopman concludeert dat uit de wetsgeschiedenis en jurisprudentie volgt dat het woord ‘indirect’ in art. 3.92 lid 1 letter a Wet IB 2001 niet alleen maar ziet op pure doorstroomsituaties. De stelling van X BV die daarop betrekking heeft, faalt dan ook volgens de A-G.

X en haar echtgenoot (Y) houden indirect de aandelen in A BV. Na een herstructurering in 2007 houden de kinderen van X en Y via STAK B BV de aandelen in B BV. X en Y zijn de bestuurders van STAK B BV. X en Y verhuren een onroerende zaak aan B BV voor € 150.000, die het pand op haar beurt weer verhuurt aan A BV. Naar aanleiding van een boekenonderzoek stelt de inspecteur dat door de verhuur sprake is van terbeschikkingstelling. De huursom is derhalve belast in box 1. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de onroerende zaak de facto ter beschikking is gesteld aan A BV. Aan het tussenschakelen van B BV komt geen of weinig reële praktische en economische betekenis toe. Het hof wijst hierbij op de economische benadering van het begrip ‘ter beschikking stellen’. Van belang is verder ook dat X en Y eigenaar zijn van de onroerende zaak, middellijk alle aandelen houden in A BV en, als bestuurders van STAK B BV, zeggenschap hebben over B BV, de huurder van de onroerende zaak. X gaat in cassatie en stelt daarbij onder andere dat art. 3.92 lid 1 letter a Wet IB 2001 alleen werkt in pure doorstroomsituaties.

Advocaat-generaal Koopman concludeert dat uit de wetsgeschiedenis en jurisprudentie volgt dat het woord ‘indirect’ in art. 3.92 lid 1 letter a Wet IB 2001 niet alleen maar ziet op pure doorstroomsituaties. De stelling van X BV die daarop betrekking heeft, faalt dan ook volgens de A-G. Dit geldt volgens de A-G ook voor de stelling van X dat het hof een te ruime invulling heeft gegeven aan art. 3.92 lid 1 letter a Wet IB 2001. De door het hof vastgestelde omstandigheden laten geen andere conclusie toe dan dat X en Y de onroerende zaak ter beschikking hebben gesteld. De A-G adviseert de Hoge Raad om het beroep in cassatie ongegrond te verklaren.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.92

Instantie: Hoge Raad (Advocaat-Generaal)

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 16 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

6

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen