Rechtbank Gelderland oordeelt dat eisers beroep tegen de boetebeschikking, die is opgelegd vanwege het niet opgeven van de door eiser ontvangen afkoopsom  van een lijfrente, slaagt.

X heeft in 1990 een lijfrenteverzekering gesloten. Op deze lijfrente is het oude regime van toepassing. In 2002 is de verzekering aangepast. De einddatum van de verzekering is verschoven van 15 oktober 2005 naar 15 oktober 2015. Ook is de verzekering premievrij gemaakt. In 2006 heeft X de verzekering afgekocht. X heeft de afkoopsom niet in de aangifte IB/PVV 2006 vermeld. Bij het opleggen van de aanslag heeft de inspecteur dit gecorrigeerd en daarbij een boetebeschikking en een beschikking heffingsrente opgelegd. In geschil is of de aanslag en de beschikkingen terecht zijn opgelegd.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat het beroep tegen de boetebeschikking slaagt. Volgens de rechtbank heeft de inspecteur de uitkering terecht in 2006 belast. Ook is de aanslag tijdig opgelegd. Voorts acht de rechtbank het terecht dat de inspecteur een boete heeft opgelegd. De inspecteur heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat X bewust de uitkering niet heeft aangegeven. X heeft de kans dat daardoor te weinig belasting zou worden geheven bewust aanvaard. De rechtbank ziet echter wel aanleiding om de boete te matigen.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 67d

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting, Inkomstenbelasting

Instantie: Rechtbank Gelderland

Editie: 19 augustus

7

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen