Hof Den Haag oordeelt in hoger beroep dat voor een in rechte te beschermen vertrouwen meer is vereist dan het volgen van de aangifte gedurende een aantal jaren.

De heer X woont tot en met 2003 samen met mevrouw B. Ze hebben samen twee kinderen, die zijn geboren in 1990 en 1994 en inmiddels studiefinanciering krijgen. De kinderen wonen bij B. X claimt in IB-aangiften steeds € 3600 aftrek voor betaalde alimentatie en andere onderhoudsverplichtingen voor B. De inspecteur stelt dat de alimentatie is bedoeld voor de kinderen en dat X voldoende eigen inkomsten heeft. In geschil zijn de navorderingsaanslagen over 2012 tot en met 2015. Volgens Rechtbank Den Haag maakt X niet aannemelijk dat de betalingen zijn bestemd voor B. Op de bankafschriften zijn namelijk steeds de namen van de kinderen vermeld en deze betalingen waren X en B destijds overeengekomen. In hoger beroep stelt X dat hij de betalingen al sinds 2003 met succes aftrekt en dat de inspecteur dus geen nieuw feit heeft.

Hof Den Haag oordeelt dat voor een in rechte te beschermen vertrouwen meer is vereist dan het volgen van de aangifte gedurende een aantal jaren. Er is geen weloverwogen standpuntbepaling van de inspecteur dat sprake is van aftrekbare partneralimentatie. Het beroep van X is ongegrond.

Lees ook het thema Navordering

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 16

Wet inkomstenbelasting 2001 6.3

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Instantie: Hof Den Haag

Editie: 4 september

5

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen