Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat het niet in strijd met het EU-recht is dat een woning na een bepaalde termijn niet meer wordt aangemerkt als een ‘eigen woning'. Niet van belang is dat er voor de Belgische belastingheffing niets verandert in een dergelijk geval.

X woont in Australië en houdt in Nederland een woning aan. Volgens X is het in strijd met het EU-recht dat de eigenwoningregeling, na afloop van de tweejaarstermijn van art. 311 lid 2 Wet IB 2001, niet meer van toepassing is op de woning. X wijst daarbij op de regeling in België, waarbij er na twee jaar niets verandert.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat het niet in strijd met het EU-recht is dat een woning na een bepaalde termijn niet meer wordt aangemerkt als een ‘eigen woning'. Hierbij is volgens het hof niet van belang dat er voor de Belgische belastingheffing niets verandert in een dergelijk geval. Volgens het hof is een dergelijk verschil tussen de belastingstelsels van twee lidstaten van de EU namelijk niet verboden op grond van het EU-recht, als de regeling op grond van objectieve criteria en ongeacht de nationaliteit van de betrokkenen geldt voor al degenen die aan de voorwaarden voldoen. Het hof wijst er vervolgens op dat de regeling van art. 311 lid 2 Wet IB 2001, dat aan de hand van objectieve criteria bepaalt welke woning wel en welke woning niet meer als eigen woning wordt aangemerkt, geldt voor eenieder die onder de Nederlandse Wet IB 2001 belastingplichtig is. Het hoger beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie 63

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie 21

Wet inkomstenbelasting 2001 3.111

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie 49

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Inkomstenbelasting, Europees belastingrecht

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Editie: 22 januari

5

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen