Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de heer X de werkzaamheden niet verricht voor eigen rekening en risico zodat hij geen IB-ondernemer is.

Belanghebbende, de heer X, staat vanaf 2004 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als zelfstandig verpleegkundige. Hij is ook in het BIG-register ingeschreven. Via geautomatiseerde continuering is in 2012 een Verklaring arbeidsrelatie Winst uit onderneming (VAR-wuo) verstrekt voor 2013. De opdrachtgevers van X zijn toegelaten zorginstellingen, die AWBZ-zorg in natura verlenen aan daarvoor geïndiceerde zorgvragers. Per 15 oktober 2013 is de VAR herzien in een Verklaring arbeidsrelatie loon uit dienstbetrekking (VAR-loon). Na vergeefs bezwaar staat deze VAR inmiddels onherroepelijk vast. Voor 2013 is in geschil hoe de werkzaamheden van X fiscaal kwalificeren.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X de werkzaamheden niet verricht voor eigen rekening en risico zodat hij geen IB-ondernemer is. De eindverantwoordelijkheid voor de zorg ligt namelijk bij de zorginstellingen als de aanbieders van zorg, ondanks dat X wel een grote mate van professionele autonomie heeft. X verricht de werkzaamheden in het kader van een dienstbetrekking, gelet in het bijzonder op de gezagsverhouding waarin hij staat ten opzichte van de zorginstellingen. Anders dan in de uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden van 23 september 2014, nr. 14/00206, V-N 2015/2.23.14 wordt door X geen zorg verleend aan een PGB-houder alsmede particuliere zorg verleend aan andere zorgvragers. Het beroep van X is ook voor het overige ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de loonbelasting 1964 2

Wet inkomstenbelasting 2001 3.5

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Inkomstenbelasting, Loonbelasting, Sociale zekerheid ziektekosten

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Editie: 5 maart

3

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen