Al in de jaren ’60 van de vorige eeuw opponeerde Brüll tegen het voorstel om gemeenten belasting te laten heffen over de waarde van woningen. Dit zou tot massa’s procedures leiden. Mede door ‘no-cure-no-pay’-bureaus zitten we met de gebakken peren. Is dit opgelost door het beperken van de proceskostenvergoedingen? Het beperkt wel de toegang tot het recht. 

Dit doet ook HR 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2670, V-N 2016/62.11: een belanghebbende heeft in hoger beroep geen recht op een proceskostenvergoeding als een rechtbankuitspraak wordt herroepen naar aanleiding van het hoger beroep door de inspecteur. Ter versterking van de rechtsbescherming van burgers brengt mij dit tot een verbetervoorstel: stelt de overheid hoger beroep of beroep in cassatie in tegen een uitspraak waarin belanghebbende door de rechter in beroep of hoger beroep in het gelijk is gesteld, dan wordt de inzet van professionele rechtsbijstand dienaangaande altijd vergoed. Op grond van machts(a)symmetrie kan worden overwogen hierbij een hogere wegingsfactor dan gebruikelijk te hanteren.

Ik kom hiertoe omdat er meer aan de hand is. Soms wordt door rechters het forse ‘misbruik van procesrecht’ ingezet. In twee recente toeslagenzaken lijkt het optreden van de gemachtigden niet sympathiek. In Rb. Rotterdam 5 november 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:12814 vindt de rechter het niet aannemelijk dat een lege enveloppe van de Uitvoeringsorganisatie herstel toeslagen (UHT) is ontvangen. In de tweede zaak, Rb. Rotterdam 4 november 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:12750, is een besluit niet naar de gemachtigde gestuurd. Het is echter breder bekend dat de postverzending door UHT niet altijd optimaal is. Maar misbruik van procesrecht? De gemachtigde mag in de tweede zaak inderdaad juridisch geen gelijk hebben, maar doet het er in dat kader niet toe dat gemachtigden contra legem worden gepasseerd? Eerst in de toeslagenaffaire (Brief van de Minister van Financiën van 3 januari 2020, V-N 2020/4.13) en nu in de hersteloperatie (Beleid procesrecht herstel toeslagen, V-N 2024/34.27). Een rechter moet zich kunnen voorstellen dat de commissie-Van Dam oordeelde dat de juridische kwaliteit van de hersteloperatie onvoldoende is (Kamerstukken II 2024/25, 31066, nr. 1458). Het oprekken van criteria voor misbruik van procesrecht door spervuurprocedeerders (ABRVS 12 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:542) noopt tot een zorgvuldigere definiëring van ‘misbruik van procesrecht’.

Wie vraagt hoe de fiscus procedeert, ontmoet tegenwind. De Inspectie Belastingdienst Toeslagen Douane kan erover meepraten. De ophef over het 8:42-rapport van de inspectie was opmerkelijk (zie de aantekening in V-N 2026/10.21). De laatste brief van de staatssecretaris was daarentegen evenwichtig. Het informeren naar doorprocederen door het Tweede Kamerlid Inge van Dijk leidde tot afhoudende antwoorden. Uit onderzoek bleek dat er niks aan de hand was, ondanks dat de fiscus “geen of weinig kwalitatieve informatie heeft over de afwegingen van de inspecteur om al dan niet in hoger beroep te gaan” (Kamerstukken II 2024/25, 31066, nr. 1463, bijlage 1 2025D09381). Bij navraag werd geen onderzoeksrapport overgelegd (Kamerstukken II 2025/26, Aanhangsel 187). Het kabinet onderkent wel dat de proceshouding ertoe doet (Kamerstukken II 2024/25, 29279, nr. 980). Vandaar dus mijn voorstel. Over de vraag hoe om te gaan met proceskostenvergoedingen voor de burger na een (evident) onjuiste rechtbankuitspraak heb ik het een andere keer.

Informatiesoort: Uitvergroot

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Focus: Focus

1103

Gerelateerde artikelen