X, een Fransman, neemt vanaf november 2021 deel aan een vrijwilligersprogramma van de Franse overheid om internationale bedrijfservaring op te doen via een stage in Nederland bij BV A. De werkzaamheden sluiten aan bij zijn Franse masteropleiding. X schrijft zich op 25 januari 2022 in de BRP op een Nederlands adres. Op 1 juli 2023 start X bij BV B en vraagt samen met BV B om toepassing van de 30%-regeling. In geschil is of X kwalificeert als een uit het buitenland aangeworven werknemer voor de 30%-regeling.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat hij voorafgaand aan de arbeidsovereenkomst buiten Nederland woont. X werkt in Nederland in het kader van het Franse programma en staat ingeschreven op een Nederlands adres. Doordat de werkzaamheden bij BV A als stage kwalificeren kan de 30%-regeling niet (fictief) worden voorgezet op basis van art. 10ed UBLB 1965. Het beroep is ongegrond. Het verzoek om toepassing van de 30%-regeling is terecht afgewezen.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 4
Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 artikel 10E
Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 artikel 10EB
Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 artikel 10ED
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Loonbelasting
Editie: 1 juni
Informatiesoort: VN Vandaag