Hof ’s‑Hertogenbosch oordeelt dat X geen recht op teruggaaf van dividendbelasting heeft omdat X een commerciële effectenhandel en arbitrageonderneming drijft en niet voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van vennootschapsbelasting.

X is een naar Canadees recht ingestelde trust die volgens haar trustakte voorziet in de uitvoering van pensioenregelingen. X heeft één deelnemer en ontvangt in 2014 aanzienlijke dividenden uit Nederlandse aandelenposities waarin zij handelt via long‑ en shortposities en derivaten. De op deze dividenden ingehouden Nederlandse dividendbelasting bedraagt in totaal € 209.720. X verzoekt om teruggaaf van deze dividendbelasting en ontvangt die teruggaaf. Na nader onderzoek ziet de inspecteur aanleiding om een naheffingsaanslag op te leggen, bestaande uit dezelfde dividendbelasting vermeerderd met € 43.380 belastingrente. In beroep vernietigt de rechtbank deze naheffingsaanslag, waarna de inspecteur hoger beroep instelt. In geschil is of X, ware zij in Nederland gevestigd, is vrijgesteld van vennootschapsbelasting zodat recht op teruggaaf van dividendbelasting bestaat.

Hof ’s‑Hertogenbosch oordeelt dat X een commerciële effectenhandel en arbitrageonderneming drijft en dat haar doelstelling niet nagenoeg uitsluitend de uitvoering van pensioenregelingen vormt. Dat komt onder meer doordat X via zijn Joint Account actief deelneemt aan het economische (beurs)verkeer. Ook kan door de cash-and-carry-activiteiten van X een meer dan 'autonoom' rendement worden gecreeërd. X voldoet zodoende niet aan de werkzaamhedentoets van art. 3 Uitv.besl. VPB 1971. Indien X in Nederland is gevestigd, is zij niet vrijgesteld van vennootschapsbelasting en heeft zij geen recht op teruggaaf op grond van art. 10 lid 3 Wet DB 1965. Het Unierecht staat daarbij de naheffing niet in de weg. Art. 20 lid 2 AWR biedt een toereikende wettelijke basis om na te heffen van degene aan wie ten onrechte teruggaaf is verleend. Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen de uitspraak op bezwaar ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 3

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 5

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Vennootschapsbelasting, Dividendbelasting

Editie: 1 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

30

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen