Hof ’s‑Hertogenbosch oordeelt dat zich geen bijzondere omstandigheden voordoen die een hogere kostenvergoeding rechtvaardigen. Alleen omstandigheden die samenhangen met de vernietigde aanslag moeten in aanmerking worden genomen.

X maakt bezwaar tegen de onjuiste tenaamstelling van een aanslag schenkbelasting. De inspecteur verklaart het bezwaar gegrond en vernietigt de aanslag, waarbij hij een forfaitaire kostenvergoeding van € 265 toekent. In geschil is of X recht heeft op een integrale of hogere dan de forfaitaire kostenvergoeding voor de bezwaarfase en op vergoeding van immateriële schade.

Hof ’s‑Hertogenbosch oordeelt dat zich geen bijzondere omstandigheden voordoen die een hogere kostenvergoeding rechtvaardigen. Alleen omstandigheden die samenhangen met de vernietigde aanslag moeten in aanmerking worden genomen. De inspecteur hoeft X niet te horen bij een kennelijk gegrond bezwaar. De redelijke termijn eindigt op het moment dat de aanslag is vernietigd zodat geen recht ontstaat op immateriële schadevergoeding. Ook is geen sprake meer van spanning en frustratie. Het hoger beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Besluit proceskosten bestuursrecht artikel 2

Algemene wet bestuursrecht artikel 7.15

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 1 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

6

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen