X is directeur en enig aandeelhouder van X BV. In de jaren 2009 tot en met 2014 neemt X BV een pensioenvoorziening voor X op, die in 2014 € 343.714 bedraagt, en een vordering op X die in 2014 € 330.231 bedraagt. Over 2015 tot en met 2017 dient X BV geen aangiften vennootschapsbelasting in. In de aangifte vennootschapsbelasting 2018 verdwijnen zowel de pensioenvoorziening als de vordering op X uit de balans. X gebruikt niet de tijdelijke mogelijkheid om pensioen in eigen beheer af te kopen of om te zetten. De inspecteur kondigt in 2023 een navorderingsaanslag IB/PVV 2018 aan, gebaseerd op een commerciële waarde van de pensioenaanspraken van € 925.655 vermeerderd met revisierente. X maakt bezwaar en ontvangt per e-mail een uitnodiging om te worden gehoord. In geschil is of het hoorrecht in bezwaar is geschonden en of de navorderingsaanslag IB/PVV 2018 terecht en tot de juiste bedragen is opgelegd.
Rechtbank Den Haag oordeelt dat het hoorrecht niet is geschonden, omdat de inspecteur het hoorverzoek tijdig en aantoonbaar naar het gebruikelijke e-mailadres van X stuurt en het voor risico van X komt dat dit bericht in diens spambox terechtkomt. De rechtbank oordeelt vervolgens dat de pensioenvoorziening en de vordering op X in 2018 zijn verdwenen en dat deze omstandigheden in samenhang wijzen op verrekening. Daardoor is sprake van afkoop of vervreemding van een pensioenaanspraak in de zin van art. 19b Wet LB 1964. De pensioenaanspraak vormt daarom loon uit een vroegere dienstbetrekking, zodat de navorderingsaanslag en de beschikkingen terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd. Het beroep is ongegrond.
Wetingang:
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 19B
Instantie: Rechtbank Den Haag
Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Loonbelasting
Editie: 1 juni
Informatiesoort: VN Vandaag