X ontvangt voor het jaar 2017 een aanslag IB/PVV, een aanslag Zvw en bijbehorende navorderingsaanslagen. Na het instellen van hoger beroep dient X een verzoek om een voorlopige voorziening in en verzoekt het hof de inspecteur te verplichten alle op de zaak betrekking hebbende stukken te overleggen. Tijdens de zitting bespreekt het hof dit verzoek in samenhang met de hoofdprocedures.
Hof ’s Hertogenbosch oordeelt dat de vraag of de inspecteur alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft overlegd in de hoofdzaak aan de orde komt. In de hoofdzaken heeft X reeds het standpunt ingenomen dat de inspecteur niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft overgelegd. De inspecteur heeft dit gemotiveerd betwist. Bij een gegrondverklaring van de stelling van X moet op grond van art. 8:31 Awb worden bepaald welke gevolgen daaraan verbonden zijn. Een voorlopige voorziening is niet het geschikte middel om een dergelijke beslissing te nemen. Het hof stelt tevens vast dat X het spoedeisende belang en de gestelde bewijsnood niet aannemelijk maakt. Het hof wijst het verzoek af.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.31
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 1 juni
Informatiesoort: VN Vandaag