Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat buitenlandse beleggingsfondsen geen recht hebben op teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting, omdat geen sprake is van schending van het vrije verkeer van kapitaal.

De fondsen zijn gevestigd in Duitsland en Luxemburg en betreffen nagenoeg allen beleggingsfondsen met meerdere participanten. Tot hun bezittingen behoren aandelen in Nederlandse vennootschappen. Op de uitgekeerde dividenden houdt Nederland per saldo 15% dividendbelasting in. De fondsen hebben geen vaste inrichting in Nederland en zijn niet inhoudingsplichtig voor de dividendbelasting. De fondsen verzoeken om teruggaaf van de ingehouden dividendbelasting. De inspecteur wijst deze verzoeken af. Rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaart de beroepen ongegrond. De fondsen stellen hoger beroep in.

In geschil is of de buitenlandse beleggingsfondsen recht hebben op teruggaaf van de ingehouden Nederlandse dividendbelasting.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd doordat buiten Nederland gevestigde beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor de afdrachtvermindering, aangezien zij niet inhoudingsplichtig zijn in Nederland. Het hof volgt de arresten van de Hoge Raad van 9 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:506, V-N 2021/17.10 en 13 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1176, V-N 2024/40.12. Waar het gaat om fondsen met vrijgestelde participanten oordeelt het hof dat de fondsen zelf geen recht jegens Nederland hebben op teruggaaf, ook al zou sprake zijn van schending van Unierecht ten aanzien van die participanten. Het hoger beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Art. 10 Wet Div.bel. 1965

Art. 11a Wet Div.bel. 1965

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Dividendbelasting

Editie: Augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

3

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen