X BV exploiteert in FE-verband samen met haar dochter-BV een recyclingbedrijf. De dochter betaalt in 2017 aan twee externe bedrijven bijna € 1,4 mln voor leveringen van cacaoveegsel, steigermateriaal en staalplaten. Na een strafrechtelijk onderzoek stelt het OM dat aan de betalingen geen leveringen ten grondslag liggen en dat het geld dus is witgewassen. Rechtbank Overijssel spreekt de dochter in de strafzaak vrij van witwassen en het opmaken van valse facturen. In geschil is of de navorderingsaanslag VPB en de vergrijpboete terecht zijn opgelegd.
Rechtbank Den Haag oordeelt dat X BV niet in de bewijslast slaagt dat de kosten op haar hebben gedrukt. De strafrechtelijke vrijspraak staat hier los van. De belastingrechter vormt namelijk zelfstandig een oordeel over de feiten. De gestelde inkoopkosten komen terecht niet in aftrek omdat de creditfacturen door X BV zelf zijn opgemaakt en niet worden ondersteund door andere stukken of een geloofwaardige verklaring. De boete is door de inspecteur ten onrechte geheel gebaseerd op de bevindingen van het strafrechtelijke onderzoek. Zonder eigen aanvullend onderzoek toont de inspecteur niet overtuigend aan dat het aan (voorwaardelijk) opzet van X BV is te wijten dat de primitieve aanslag door middel van valse creditfacturen te laag is vastgesteld. Het beroep is gegrond. De navorderingsaanslag blijft in stand en de boete wordt vernietigd.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67E
Instantie: Rechtbank Den Haag
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Vennootschapsbelasting
Editie: 2 juni
Informatiesoort: VN Vandaag