Hof Amsterdam oordeelt dat de waarde van de door X verkregen woning niet kan worden verminderd met de door A en B betaalde koopsom voor de grond. Er is namelijk geen sprake van een verkrijging binnen zes maanden na de vorige verkrijging.

A en B laten een woning bouwen. Daartoe wordt een koopovereenkomst gesloten met Q VOF voor de koop van een perceel bouwterrein. Voor de opstalontwikkeling wordt een aannemingsovereenkomst gesloten met Z VOF. Het perceel wordt vervolgens op 14 april 2022 geleverd aan A en B. Op 22 november 2023 wordt de woning geleverd aan A en B. Dezelfde dag nog verkopen A en B de woning door aan X en zijn echtgenote. Bij de vaststelling van de heffingsgrondslag voor de overdrachtsbelasting wordt voor de zesmaandenregeling wel rekening gehouden met de aanneemsom, maar niet met de kostprijs van het bouwterrein. X is van mening dat ook rekening moet worden gehouden met de kostprijs van het bouwterrein. Rechtbank Noord-Holland verklaart het beroep ongegrond. X gaat in hoger beroep.

Hof Amsterdam oordeelt dat de waarde van de door X verkregen woning niet kan worden verminderd met de door A en B betaalde koopsom voor de grond. Er is namelijk geen sprake van een verkrijging binnen zes maanden na de vorige verkrijging. Het hof verwerpt de stelling van X dat de levering van de grond door Q VOF en de oplevering van de woning door Z VOF voor de BTW-heffing tezamen als één prestatie moeten worden aangemerkt. Dat is namelijk alleen maar mogelijk als de levering van de grond en de oplevering van de woning door één en dezelfde ondernemer worden verricht. Daarvan is in casu geen sprake. Het gelijk is aan de inspecteur.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 13

Instantie: Hof Amsterdam

Rubriek: Omzetbelasting, Belastingen van rechtsverkeer

Editie: 2 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

12

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen