X BV ontvangt in 2017 een BPM-teruggaaf voor de export van een auto. De auto is op 3 juli 2017 geregistreerd in Duitsland en getransporteerd naar de koper in Montenegro. De auto heeft drie dagen later via Kroatië de EU verlaten. In geschil is of het voertuig is uitgevoerd naar een EU/EER-land, in dit geval Duitsland, om daar duurzaam op de openbare weg te worden gebruikt. Ook is in geschil of sprake is van fraus legis.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat X terecht een exportteruggaaf heeft ontvangen. Gesteld noch gebleken is dat de Duitse inschrijving een tijdelijke inschrijving is (vgl. Hof Arnhem-Leeuwarden 17 maart 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:165, V-N Vandaag 2026/588). Van fraus legis is geen sprake, omdat het handelen van X met betrekking tot Duitse registratie niet volstrekt is ingegeven door fiscale motieven. Met de inschrijving in Duitsland gevolgd door export naar een niet EU/EER-land is een commercieel belang gediend, namelijk dat Duitse documenten in de handel algemeen geaccepteerd zijn en dat alle technische gegevens van de auto in die Duitse documenten staan vermeld. Het beroep is gegrond en de naheffingsaanslag wordt vernietigd.
Wetingang:
Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 4A
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 14A
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Belastingheffing van motorrijtuigen
Editie: 2 juni
Informatiesoort: VN Vandaag