Rechtbank Den Haag oordeelt dat tegen de intrekking van uitstel van betaling uitsluitend administratief beroep openstaat en verklaart zich daarom onbevoegd.

X ontvangt een voorlopige aanslag IB 2022 en vraagt uitstel van betaling. De ontvanger verleent dit uitstel onder de voorwaarde dat X maandelijks een bedrag betaalt. De eerste betaling blijft volgens de ontvanger uit, waarna het uitstel wordt ingetrokken en een dwangbevel met kosten volgt. X dient op 26 maart 2025 een bezwaarschrift in dat volgens zijn gemachtigde is gericht tegen de intrekking van het uitstel van betaling, de aanmaningskosten en dwangbevelkosten. In geschil is of X recht heeft op een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen de intrekking van het uitstel van betaling.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de brief van 26 maart 2025 uitsluitend ziet op de intrekking van het uitstel van betaling en niet op de aanmanings- en dwangbevelkosten. Een bezwaar kan niet op een later moment ook worden aangemerkt gericht te zijn tegen (andere) besluiten, welke niet expliciet zijn genoemd in dat bezwaarschrift. De brief kan alleen worden aangemerkt als een administratief beroep tegen de intrekking van uitstel van betaling. Hiertegen staat geen beroep bij de rechtbank open. De rechtbank verklaart zich onbevoegd en beoordeelt het beroep niet inhoudelijk.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.5

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.117

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 2 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

9

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen