Rechtbank Den Haag oordeelt dat het taxatierapport wordt verworpen omdat essentiële stukken ontbreken en het rapport niet tijdig is opgemaakt. De inspecteur heeft terecht een naheffingsaanslag BPM opgelegd.

X dient een aangifte BPM in voor de registratie van een gebruikte Mercedes-Benz uit Duitsland. Het bijgevoegde taxatierapport vermeldt een handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat van € 25.985, verminderd met reparatiekosten van € 15.899 tot € 4425. De verschuldigde BPM bedraagt volgens de aangifte € 1087. De RDW keurt de auto goed op 27 mei 2022, terwijl de fysieke opname voor het taxatierapport plaatsvindt op 30 mei 2022. De inspecteur verwerpt het taxatierapport omdat het niet binnen één maand voorafgaand aan de goedkeuringsdatum is opgemaakt en essentiële gebreken vertoont. Daarnaast ontbreken de aankoopnota en reparatienota's. De inspecteur berekent de verschuldigde BPM op € 6915 via de forfaitaire afschrijvingstabel en legt een naheffingsaanslag op van € 5828. In geschil is of de naheffingsaanslag BPM terecht en tot de juiste hoogte is opgelegd.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat het taxatierapport wordt verworpen omdat essentiële stukken ontbreken en het rapport niet tijdig is opgemaakt. De inspecteur heeft terecht een naheffingsaanslag BPM opgelegd. Het taxatierapport voldoet niet aan de wettelijke vereisten omdat het niet binnen één maand voorafgaand aan de goedkeuringsdatum van de RDW is opgemaakt. Daarnaast ontbreken de aankoopnota en reparatienota's en maakt de inspecteur voldoende aannemelijk dat sprake is van essentiële gebreken. X' beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 6

Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 7

Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 10

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen

Editie: 17 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

8

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen