Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X geen recht heeft op het verlaagde overdrachtsbelasting tarief voor woningen omdat de onroerende zaak bij verkrijging niet naar haar aard voor bewoning bestemd is.

X verkrijgt een onroerende zaak die bestaat uit twee samengevoegde panden met een geschiedenis als woning, lagere school, gymnastieklokaal en dorpshuis met sportzaal. In dit kader doet X aangifte overdrachtsbelasting tegen het verlaagde tarief. De akte van levering vermeldt dat het registergoed voorheen diende als dorpshuis en basisschool en dat de gymzaal bouwkundig niet in orde is. De inspecteur meent dat het algemene overdrachtsbelastingtarief van toepassing is op de verkrijging, omdat de onroerende zaak niet kwalificeert als een woning. De inspecteur legt een naheffingsaanslag op. In geschil is of de onroerende zaak op het moment van de verkrijging kwalificeerde als een woning.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X geen recht heeft op het verlaagde overdrachtstarief voor woningen omdat de onroerende zaak bij verkrijging niet naar haar aard voor bewoning bestemd is. Een van de twee samengevoegde panden is oorspronkelijk als school gebouwd. Beide panden zijn later ingrijpend verbouwd en samengevoegd tot dorpshuis met sportzaal. Door deze verbouwing is de onroerende zaak niet meer bestemd voor bewoning. De aanwezigheid van beperkte voorzieningen zoals een keukenblok en douches doet hier niets aan af. Omdat de onroerende zaak geen woning is, is het verlaagde tarief niet van toepassing. X' beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 14

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Belastingen van rechtsverkeer

Editie: 11 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

9

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen