Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de waarde van de woning op 1 september 2015 lager is dan door beide partijen gesteld. De rechtbank stelt de waarde in goede justitie vast en vermindert de aanslag.

X BV verkrijgt in 2015 de economische eigendom van een woning voor € 768.000 van haar DGA en zijn partner. Een taxatierapport uit 2016 opgesteld in verband met de verkoop van de woning aan X BV vermeldt dezelfde waarde. In 2017 volgt de juridische levering voor € 768.000. In 2018 stelt een andere makelaar de minimale verkoopprijs vast op € 680.000. X BV verkoopt de woning in 2019 voor € 680.000 en rekent een boekverlies van € 88.000. De inspecteur onderzoekt de aankoopwaarde en hanteert een waarde van € 671.414 op basis van een taxatierapport van de rijkstaxateur, wat resulteert in een correctie en een aanslag van € 641.487. Alleen de boekwinstcorrectie blijft in geschil.

In geschil is welke waarde van de woning per 1 september 2015 geldt voor de bepaling van de bij verkoop in aanmerking te nemen boekwinst.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de waarde van de woning op 1 september 2015 lager is dan door beide partijen gesteld. Het taxatierapport van de door X BV ingeschakelde makelaar bevat geen berekening of inzicht in de waardering, terwijl het rapport van de rijkstaxateur referentiepanden gebruikt die niet volledig vergelijkbaar zijn. De rechtbank stelt de waarde daarom in goede justitie vast op € 685.000. Hierdoor ontstaat bij verkoop een boekverlies van € 5000. De eerder aangebrachte correctie op basis van een boekwinst vervalt. De rechtbank vermindert de aanslag tot een belastbaar bedrag van € 627.487.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 8

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.8

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Inkomstenbelasting, Vennootschapsbelasting

Editie: 11 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

22

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen