Hof Den Haag oordeelt dat de inspecteur op grond van de constateringen van het boekenonderzoek aannemelijk maakt dat de contante stortingen op de zakelijke rekening van de eenmanszaak tot de omzet van de eenmanszaak behoren.

X drijft een eenmanszaak en verantwoordt in zijn IB-aangifte 2014 een belastbaar inkomen uit werk en woning van nihil. Naar aanleiding van een boekenonderzoek corrigeert de inspecteur de aangegeven winst. Uit het boekenonderzoek blijkt dat X contante stortingen heeft ontvangen op de zakelijke rekening en deze niet heeft verantwoord. Volgens X zijn dit huurinkomsten uit Irak. Verder bestaat discussie over de aftrekbaarheid van administratiekosten. In hoger beroep stelt X dat de activiteiten geen bron van inkomen vormen.

Hof Den Haag oordeelt dat de activiteiten van X een bron van inkomen vormen. Dat de Belastingdienst voor de jaren 2019 - 2020 het standpunt inneemt dat van de activiteiten van de eenmanszaak redelijkerwijs geen voordeel is te verwachten, is niet van belang. Niet bekend is op grond van welke feiten en omstandigheden tot dat oordeel is gekomen. Verder is ook niets bekend over de resultaten van de tussenliggende jaren (2015 - 2018). Ten aanzien van de contante stortingen op de zakelijke rekening van de eenmanszaak merkt het hof op dat de inspecteur op grond van de constateringen van het boekenonderzoek aannemelijk maakt dat deze tot de omzet van de eenmanszaak behoren. De door X aangeleverde Arabische stukken zonder vertaling kunnen daarbij niet als bewijs dienen. Ook de administratiekosten zijn terecht niet in aftrek toegelaten. X maakt niet duidelijk waarvoor deze kosten zijn gemaakt. Het gelijk is aan de inspecteur.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.25

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Inkomstenbelasting

Instantie: Hof Den Haag

Editie: 20 mei

21

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen