Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de heffingsambtenaar bij de referentiewoningen ten onrechte is uitgegaan van de prijs van de referentiewoningen op het moment van levering in plaats van de prijs op het moment van aankoop.

X is eigenaar van een vrijstaande woonboerderij in de gemeente Borger-Odoorn. X bepleit verlaging van de WOZ-waarde 2014 van € 316.000 naar € 300.200.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de heffingsambtenaar bij de referentiewoningen ten onrechte is uitgegaan van de prijs van de referentiewoningen op het moment van levering in plaats van de prijs op het moment van aankoop (HR 29 januari 2016, nr. 14/04882, V-N 2016/9.21). Niet gesteld of gebleken is dat de vergelijkingsobjecten zijn geleverd binnen een periode van drie maanden na de verkoop. Hierdoor is bij de herleiding van de desbetreffende koopsommen tot waarden per waardepeildatum uitgegaan van een onjuiste periode, welke onjuiste herleiding doorwerkt naar de door vergelijking bepaalde waarde van de woning van X. Evenmin is gesteld of gebleken dat het verschil met een juiste herleiding zo gering is dat ook bij juiste herleiding de vastgestelde waarde niet te hoog is. Hieruit volgt dat de heffingsambtenaar de door hem verdedigde waarde niet aannemelijk heeft gemaakt. Het hof verwerpt ook de berekening van X en stelt de WOZ-waarde vast op € 310.000.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet waardering onroerende zaken 17

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Waardering onroerende zaken

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Editie: 26 augustus

2

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen