Rechtbank Den Haag sluit zich aan bij het standpunt van de inspecteur dat de afschrijving moet worden bepaald aan de hand van de forfaitaire tabel. Dit leidt tot vermindering van de BPM-naheffingsaanslag. De door X bv gebruikte referentieauto is onvoldoende vergelijkbaar.

X bv koopt voor € 214.200 een Lamborghini Urus. Op basis van een andere uitvoering van een Lamborghini Urus, die wel voorkomt op een in Nederland gebruikte koerslijst, bepaalt een taxateur de handelsinkoopwaarde van de auto op € 139.629. In haar BPM-aangifte gaat X bv uit van deze waarde. Volgens de inspecteur bedraagt de handelsinkoopwaarde echter € 235.552. Hij baseert zich daarbij op de gemiddelde prijs van een aantal referentievoertuigen. De inspecteur legt vervolgens een BPM-naheffingsaanslag op aan X bv.

Rechtbank Den Haag sluit zich aan bij het standpunt van de inspecteur dat de afschrijving moet worden bepaald aan de hand van de forfaitaire tabel. Dit leidt tot vermindering van de BPM-naheffingsaanslag. De rechtbank verwerpt het standpunt van X bv dat voor het bepalen van de handelsinkoopwaarde van de auto gebruik kan worden gemaakt van de koerslijstwaarde van de referentieauto. De rechtbank wijst daarbij op het grote verschil tussen de koerslijstwaarde van de referentieauto en de eigen aankoopprijs. Het is dan niet aannemelijk dat de auto en de referentie-auto goed vergelijkbaar zijn.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 9

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen

Editie: 26 september

Informatiesoort: VN Vandaag

318

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen