Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de gemeente bij het bepalen van de WOZ-waarde voldoende rekening heeft gehouden met de waarde verminderde omstandigheden van het object.

Belanghebbende, X, is eigenaar van een onroerende zaak. De onroerende zaak is een aan het water gelegen recreatieappartement. X heeft een bezwaarschrift ingediend waarop de heffingsambtenaar de waarde ambtshalve heeft verminderd van € 342.000 tot € 281.000. In geschil is deze WOZ-waarde die het kalenderjaar 2016 betreft. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de gemeente bij het bepalen van de WOZ-waarde voldoende rekening heeft gehouden met de waarde verminderde omstandigheden van het object.De door de heffingsambtenaar verdedigde waarde van € 281.000 ligt in lijn met verkoopprijzen van de vergelijkingsobjecten. Bij beschikking van 6 april 2016 heeft de heffingsambtenaar de vastgestelde waarde ambtshalve verminderd tot € 281.000. Hieruit volgt dat de heffingsambtenaar het bezwaar van X gegrond had moeten verklaren. Het hof oordeelt dan ook dat de heffingsambtenaar het door X betaalde griffierecht en proceskosten dient te vergoeden.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet waardering onroerende zaken 17

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting, Waardering onroerende zaken

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Editie: 8 oktober

2

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen