Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat eiser niet heeft doen blijken dat de inspecteur het resultaat uit ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen te hoog heeft vastgesteld.

X verstrekt geldleningen aan C bv en D bv. X houdt alle aandelen C bv. C bv houdt 99,2% van de aandelen D bv. X verantwoordt de rente-inkomsten als resultaat uit ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen. X heeft voorts een geldlening van A bv. De rentekosten hiervoor brengt hij in mindering op het resultaat uit ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen. De inspecteur legt een aanslag IB/PVV 2013 op met een resultaat uit ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen van € 25.000. Hij gaat daarbij uit van de renteopbrengsten uit de vorderingen op C bv en D bv. In geschil is onder meer het resultaat uit ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X niet heeft doen blijken dat de inspecteur het resultaat uit ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen te hoog heeft vastgesteld. X' stelling dat geen sprake is van geldleningen maar van informele kapitaalstortingen faalt. X merkt de vorderingen in zijn aangifte IB/PVV 2012 immers aan als geldleningen en geeft de rentebaten als inkomsten aan. X' stelling dat tegenover de rentebaten een voorziening wegens incourantheid kan worden gesteld, faalt eveneens.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.92

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Inkomstenbelasting

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Editie: 18 juli

2

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen