A-G IJzerman is van mening dat verwijzing moet volgen om uit te zoeken en te beoordelen of het besluit tot aanslagoplegging over 1998 ordelijk in Polen aan de heer X bekend is gemaakt.

De heer X houdt zich, via een gelieerde bv, bezig met het opkopen van toekomstige oogsten van Nederlandse tuinders, het oogsten daarvan met Poolse arbeiders en het verkopen ervan op een veiling in Nederland. X woont officieel in Polen en tekent ruimschoots na de bezwaartermijn bezwaar aan tegen zijn IB-aanslag over 1998. X stelt dat de aankondiging daarvan (d.d. 10 december 2001) en de op 11 december 2001 eveneens aangetekend verzonden aanslag (d.d. 31 december 2001) retour zijn gestuurd naar de inspecteur, zodat die wist dat de aanslag X niet had bereikt. Volgens Hof ’s-Hertogenbosch had de inspecteur navraag over de postbezorging in Polen moeten doen en de aanslag alsnog ter kennis van X moeten brengen. Het overschrijden van de bezwaartermijn is dus verschoonbaar. De rechtbank heeft volgens het hof terecht beslist dat de aanslag op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt op 11 december 2001 door toezending aan het juiste adres, zodat deze binnen de aanslagtermijn is opgelegd. X stelt in cassatie dat de driejaarstermijn voor het opleggen van de aanslag is overschreden.

Advocaat-Generaal IJzerman is van mening dat verwijzing moet volgen om uit te zoeken en te beoordelen of het besluit tot aanslagoplegging ordelijk in Polen bekend is gemaakt. Zo niet, dan is het volgens de A-G mogelijk dat de driejaarstermijn is overschreden. De aanslag is namelijk niet vastgesteld binnen de daarvoor geldende termijn als het aanslagbiljet weliswaar voor het verstrijken van de driejaarstermijn is gedagtekend, maar de aanslag niet binnen die termijn op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. De bewijslast met betrekking tot het tijdstip van de bekendmaking rust op de inspecteur (zie HR 18 april 2014, 13/04796, V-N 2014/20.4). De A-G concludeert tot gegrondverklaring van het beroep van X.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 11

Algemene wet inzake rijksbelastingen 4

Instantie: Hoge Raad (Advocaat-Generaal)

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Internationaal belastingrecht, Inkomstenbelasting

Editie: 2 november

Informatiesoort: VN Vandaag

  506
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen