De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de Nederlandse socialeverzekeringswetgeving voorlopig terecht van toepassing is verklaard op de Rijnvarenden van X. X had namelijk kopieën van vaartijdenboeken kunnen en moeten verstrekken van alle schepen waarop haar werknemers werkten.

Het Liechtensteinse X verzoekt de Svb om te bevestigen dat de Liechtensteinse socialezekerheidswetgeving van toepassing is op haar werknemers over periodes waarin zij in loondienst van X in de binnenvaart werken. Deze werknemers wonen in Nederland en verrichten hun werkzaamheden in twee of meer lidstaten van de EU. Zij verrichten wel werkzaamheden in Nederland (10% of 15%) maar geen substantieel gedeelte. De Svb verklaart echter voorlopig de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing op de werknemers. Daartoe wordt overwogen dat nog niet objectief kan worden vastgesteld dat betrokkenen geen substantieel gedeelte van hun werkzaamheden verrichten in Nederland. X en haar werknemers zijn het hier niet mee eens en willen dat de Liechtensteinse socialezekerheidswetgeving van toepassing wordt verklaard. Zij stellen daarbij dat in de bezwaarfase al voldoende aannemelijk is gemaakt dat geen substantieel gedeelte van de werkzaamheden in Nederland is verricht. Zij zijn verder van mening dat van hen niet mag worden gevergd dat zij – naast alle overgelegde Bordbücher, arbeidsovereenkomsten, loonstroken, en dergelijke – kopieën overleggen van vaartijdenboeken van alle schepen waarop zij werken.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de Nederlandse socialeverzekeringswetgeving voorlopig terecht van toepassing is verklaard op de Rijnvarenden van X. Volgens de Centrale Raad had X in 2016, toen de Svb daar om vroeg, kopieën kunnen en moeten verstrekken van vaartijdenboeken van alle schepen waarop de werknemers van X tussen augustus 2015 en augustus 2016 werkten. Verder acht de Centrale Raad van belang dat de Svb ook heeft gevraagd om dienstboekjes van de werknemers en dat deze, op enkele gevallen na, niet zijn verstrekt. Ook wekt de houding van X twijfel ten aanzien van haar initiële stellingen over de verdeling van werktijden tussen Nederland en de andere betrokken lidstaten. X is namelijk consequent blijven weigeren om de Svb te voorzien van de officiële documenten waarom werd gevraagd en aan de hand waarvan haar stellingen objectief konden worden geverifieerd. In plaats daarvan werden slechts stukken verstrekt die naar inhoud en wijze van totstandkoming onvoldoende zijn om tot een goed gemotiveerd besluit te komen. Deze twijfel wordt versterkt doordat in de gevallen waarin wel vaartijdenboeken ter beschikking zijn gekomen, de initiële stellingen van X onjuist bleken.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene Ouderdomswet 2

Algemene Ouderdomswet 6

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Premieheffing, Sociale zekerheid algemeen, Internationale sociale zekerheid

Instantie: Centrale Raad van Beroep

Editie: 2 november

4

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen