Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de toerekeningstermijn van tien jaar voor WGA-uitkeringslasten aanvangt op de ingangsdatum van de WGA-uitkering en niet op de datum waarop de wachttijd van 104 weken eindigt.

Een werknemer van de rechtsvoorganger van X BV meldt zich op 5 oktober 2010 voor het eerst ziek. Per 2 oktober 2012 kent het UWV geen WIA-uitkering toe wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. De werknemer meldt zich op 6 mei 2013 opnieuw ziek vanwege dezelfde oorzaak. Het UWV verklaart hem voor 42% arbeidsongeschikt en kent per 6 mei 2013 een WGA-uitkering toe. De inspecteur rekent de in 2023 uitbetaalde WGA-uitkering aan X BV toe bij de vaststelling van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas 2025. In geschil is of de toerekeningstermijn van tien jaar voor WGA-uitkeringslasten aanvangt op de einddatum van de wachttijd of op de ingangsdatum van de WGA-uitkering.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de toerekeningstermijn aanvangt op de dag waarop het recht op WGA-uitkering ontstaat (6 mei 2013). Dit volgt uit art. 117b lid 1 onder a Wfsv in samenhang met art. 83 lid 1 WIA. De rechtbank verwerpt het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel omdat geen sprake is van niet-verdisconteerde bijzondere omstandigheden die rechterlijke toetsing aan algemene rechtsbeginselen mogelijk maken. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt eveneens, omdat de aangedragen vergelijkingsgevallen ressorteren onder een andere inspecteur dan die van X BV. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 55

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 83

Wet financiering sociale verzekeringen artikel 117B

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Rubriek: Premieheffing

Editie: 24 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

9

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen