X wordt verdacht van het als consultant opzettelijk onjuist of onvolledig doen van fiscale aangiften en medeplegen van het opzettelijk onjuist of onvolledig doen van VPB-aangiften namens een CV en een BV. X is middellijk beherend vennoot van de CV en middellijk enig aandeelhouder en bestuurder van de BV. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden zijn de ontvangen gelden voor de consultancywerkzaamheden winst die de vennootschappen hebben genoten en hadden zij die moeten betrekken in hun VPB-aangiften. X had die inkomsten als 'economische eigenaar' ook moeten betrekken in zijn IB-aangiften. X krijgt 18 maanden gevangenisstraf en gaat in cassatie.
De Hoge Raad oordeelt dat de vennootschappen alleen VPB-plichtig zijn voor zover zij de gelden fiscaal zelf hebben genoten, wat betekent dat de gelden niet ook tegelijkertijd en tot hetzelfde bedrag rechtstreeks door X in de IB-sfeer kunnen zijn genoten. De aanname van het hof dat X zowel de zeggenschap over de bedrijfsvoering als het economisch belang van de vennootschappen heeft, klopt niet. Ambtshalve wordt overwogen dat alleen open CV’s aan de VPB zijn onderworpen. Als het hof na terugwijzing tot de conclusie komt dat sprake is van een open CV, moet ook rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de ontvangen gelden deels door de CV zijn genoten en deels door X. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof en wijst de zaak terug.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 69
Instantie: Hoge Raad
Rubriek: Inkomstenbelasting, Vennootschapsbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 9 juli
Informatiesoort: VN Vandaag