Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat niet aannemelijk is dat de leveringen in Nederland hebben plaatsgevonden, zodat ten onrechte BTW in rekening is gebracht. Belanghebbende maakt aannemelijk dat de onverschuldigde BTW wel door haar is betaald, zodat zij die als voorbelasting kan aftrekken.

Belanghebbende, een in Nederland gevestigde vennootschap, houdt zich bezig met het ontwikkelen en begeleiden van energieprojecten in Oost-Europa. Voor projecten in Oekraïne werkt belanghebbende samen met X bv, die eveneens in Nederland is gevestigd. In geschil is of belanghebbende recht heeft op aftrek van voorbelasting voor de BTW die X bv aan haar heeft gefactureerd. Volgens de inspecteur zijn de diensten en leveringen niet in Nederland belast. In beroep erkent de inspecteur dat de diensten en een deel van de leveringen wel in Nederland zijn belast en dat belanghebbende in zoverre de voorbelasting kan aftrekken.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk maakt dat de overige leveringen in Nederland hebben plaatsgevonden, zodat ten onrechte BTW in rekening is gebracht. Op basis van de beginselen van neutraliteit, doeltreffendheid en evenredigheid kan belanghebbende zich rechtstreeks wenden tot de inspecteur (zie HvJ EU 26 april 2017, C-564/15, Farkas, V-N 2017/37.23), die haar niet kan tegenwerpen dat X bv haar naheffingsaanslagen niet heeft betaald. Belanghebbende maakt aannemelijk dat zij de onverschuldigde BTW wel heeft betaald. De naheffingsaanslag wordt vernietigd en voor het tweede kwartaal krijgt belanghebbende alsnog een teruggaaf van € 186.082.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de omzetbelasting 1968 15

Wet op de omzetbelasting 1968 6

Wet op de omzetbelasting 1968 5

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Europees belastingrecht, Omzetbelasting

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Editie: 26 januari

10

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen