Belanghebbende, X, is betrokken bij de handel in paarden. In zijn OB-aangiften doet hij steeds een beroep op de landbouwregeling. Tevens past hij de veehandelsregeling toe. Uit een boekenonderzoek blijkt dat de in- en verkoopprijs van de paarden steeds gelijk is. Verder blijkt uit het onderzoek dat X tijdens paardenconcoursen kopers en verkopers bij elkaar brengt. Naar aanleiding van het onderzoek legt de inspecteur btw-naheffingsaanslagen aan X op. Volgens de inspecteur heeft X namelijk geen recht op aftrek van de voorbelasting.
Hof Arnhem - Leeuwarden oordeelt dat geen paarden aan X zijn geleverd, zodat hij geen recht heeft op btw-aftrek op de voet van de landbouwregeling en art. 15 Wet OB. Het hof overweegt hierbij dat X niet als eigenaar over de paarden heeft beschikt. Verder is het hof van mening dat X heeft bemiddeld tussen kopers en verkopers van paarden. Het hof verwerpt vervolgens ook de stelling van X dat hij als commissionair heeft gehandeld. Volgens het hof maakt X zijn stelling namelijk niet aannemelijk. Het hof acht daarbij van belang dat X geen enkele overeenkomst heeft overgelegd waaruit de opdracht aan hem, om op eigen naam doch voor rekening van de koper een paard te kopen, wordt bevestigd. Het hoger beroep van X is ongegrond.
Wetsartikelen:
Wet op de omzetbelasting 1968 27
Wet op de omzetbelasting 1968 15
Informatiesoort: VN Vandaag
Rubriek: Omzetbelasting
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Editie: 25 maart