Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Haar opvatting over de uitleg van art. 18, lid 2 Belastingverdrag NL - Portugal ligt in lijn met die van de inspecteur. Over de juistheid van deze opvatting is echter redelijke twijfel mogelijk.

X ontvangt onder andere een WAO-uitkering van het Uwv. Begin 2016 emigreert zij naar Portugal. Zij is van mening dat een kwart van haar inkomen in Nederland in de heffing betrokken moet worden en driekwart in Portugal. De inspecteur is echter van mening dat Nederland ook gedurende de periode dat X in Portugal woont over de WAO-uitkering belasting mag heffen. In geschil is de interpretatie van art. 18, lid 2 Belastingverdrag NL - Portugal. De inspecteur stelt dat voor sociale zekerheidsuitkeringen alleen onderdeel c van toepassing is. X stelt dat er sprake is van cumulatieve voorwaarden en dat naast onderdeel c ook de onderdelen a en b getoetst moeten worden.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. De rechtbank merkt daarbij allereerst op dat haar opvatting over de uitleg van art. 18, lid 2 Belastingverdrag NL - Portugal in lijn ligt met die van de inspecteur. Over de juistheid van deze opvatting is echter redelijke twijfel mogelijk. Hierbij wijst de rechtbank ten eerste op de onduidelijke tekst van het tweede lid en ten tweede op de andersluidende opvatting in de uitspraak van Hof Arnhem van 3 oktober 2007, nr. 05/00412 (V-N 2008/7.8). Voor deze uitspraak geldt dat de Belastingdienst (kennelijk) al lange tijd een bepaling uitlegt op een andere wijze dan het hof heeft gedaan. Verder wijst de rechtbank ook nog op de nota van toelichting bij het Belastingverdrag met Albanië. Dat belastingverdrag kent een, wat bewoordingen betreft, nagenoeg gelijkluidend art. 18. De rechtbank stelt de volgende twee prejudiciële vragen:

1) Onder welke voorwaarden mag op grond van artikel 18, tweede lid, van het Verdrag een uitkering betaald krachtens de bepalingen van een socialezekerheidsstelsel van Nederland aan een inwoner van Portugal worden belast in Nederland?

Indien uit het antwoord op vraag 1 volgt dat ook relevant is op welke wijze de uitkering in Portugal ‘in de belastingheffing wordt betrokken’:

2) Is daarvoor maatgevend de feitelijke belastingheffing in Portugal of is maatgevend hoe de uitkering volgens de Portugese belastingwetgeving in de belastingheffing wordt betrokken? Indien dat laatste het geval is, moet daarbij rekening worden gehouden met een eventuele maatregel ter voorkoming van dubbele belasting?

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Portugal tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen 18

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Internationaal belastingrecht

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Editie: 20 april

Informatiesoort: VN Vandaag

Focus: Focus

  1399
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen