Hof Amsterdam oordeelt na verwijzing dat de rechtbank X niet op de voorgeschreven wijze (aangetekende verzending) heeft uitgenodigd voor de zitting. X is voor deze zitting niet behoorlijk opgeroepen.

X klaagt in hoger beroep dat hij de uitnodiging voor de zitting bij de rechtbank niet heeft ontvangen. Hij is op die zitting ook niet verschenen. Hof Den Haag constateert dat de rechtbank in haar uitspraak niet de feiten heeft vermeld, waaruit blijkt dat X tijdig en op regelmatige wijze is uitgenodigd voor de zitting. Het hof ziet geen reden de uitspraak van de rechtbank te vernietigen en de zaak terug te wijzen naar de rechtbank, omdat over de feiten geen geschil bestaat tussen partijen. Het hof doet de zaak zelf af en kent X geen proceskostenvergoeding toe. De Hoge Raad oordeelt dat Hof Den Haag ten onrechte niet heeft onderzocht of de uitnodiging voor de zitting van de rechtbank op de voorschreven wijze is verzonden (HR 27 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1423, V-N 2019/46.15). De zaak wordt verwezen naar Hof Amsterdam.

Hof Amsterdam oordeelt na verwijzing dat de rechtbank X niet op de voorgeschreven wijze (aangetekende verzending) heeft uitgenodigd voor de zitting. X is voor deze zitting niet behoorlijk opgeroepen. Het hof kent X daarom een proceskostenvergoeding toe en vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht. Gelet op de zwaarte van de zaak acht het hof een wegingsfactor van 0,5 passend.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 8:37

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Instantie: Hof Amsterdam

Editie: 5 juni

8

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen