Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel dat het rentebestanddeel van de KEW-uitkering in box 1 wordt belast. X geniet namelijk daadwerkelijk een inkomensbestanddeel en hij komt niet in aanmerking voor een vrijstelling.

Medio 2016 verkoopt X zijn eigen woning en koopt hij een nieuwe woning. De woningen worden in oktober 2016 geleverd. In verband met de verkoop van de woning komt een kapitaalverzekering eigen woning van € 11.470 tot uitkering. Het rentebestanddeel van € 2054 is belast in box 1. In geschil is of dit rentebestanddeel in de heffing mag worden betrokken. X stelt namelijk dat heffing over het rentebestanddeel achterwege moet blijven op basis van beginselen van behoorlijk bestuur.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel dat het rentebestanddeel van de KEW-uitkering in box 1 wordt belast. X geniet namelijk daadwerkelijk een inkomensbestanddeel en hij komt niet in aanmerking voor een vrijstelling. Er is dan geen sprake van een situatie waarbij de wetgever deze wetstoepassing niet voor ogen kan hebben gehad. Dat de tijdklem-eis van de vrijstelling per 1 april 2017 is afgeschaft, is daarbij verder niet van belang. De aanslag blijft in stand.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 3:3

Wet inkomstenbelasting 2001 10bis.6

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Editie: 10 augustus

4

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen